D-locus
De Verdunning, of D-Locus, komt overeen met het gen voor melanofilin, MLPH, dat betrokken is bij de verdeling van pigment. Mutaties van het D-Locus resulteren in een ‘verdunning’ die de eumelanine (zwart) en feomelanine (rood/geel) pigmenten in de vacht beïnvloedt. Aangedane honden hebben een verdunde of lichtere vachtkleur en de neus en oogkleur kunnen lichter worden tot blauwachtig, groenachtig of amber.
De verdunning van het eumelaninepigment creëert een blauwe neus en de vachtkleur varieert van zilver tot bijna zwart (denk aan een blauwe, houtskool- of zilveren vacht), terwijl het feomelaninepigment een bleke of crème kleur vertoont. Specifiek verdunt chocolade/bruin/lever (beïnvloed door het B-Locus) tot lilakleurig/lichtbruin/isabel, waarbij neuzen variëren tussen roze, lever en isabel. Rood/geel/crème (beïnvloed door het E-Locus) verdunt tot champagne.
Daarnaast kunnen aangedane honden een vorm van haarverlies vertonen die Colour Dilution Alopecia (CDA) wordt genoemd. CDA wordt gekenmerkt door plekken met dunner wordend of ontbrekend haar, die zich manifesteren vanaf de leeftijd van ongeveer zes maanden, en kan ook leiden tot droge, schilferige en/of jeukende huid.
Overerving
Het D-locus heeft twee allelen: D (dominant) en d (recessief). Honden die homozygoot of heterozygoot zijn voor het dominante D-allel (DD of Dd) hebben een normale, niet-verdunde vachtkleur. Aan de andere kant vertonen honden die homozygoot zijn voor het recessieve d-allel (dd) de verdunde of lichtere vachtkleur. Er zijn verschillende varianten van de mutatie (d1, d2 en d3), die allemaal even recessief zijn en resulteren in vergelijkbare verdunde fenotypen. Bovendien is het belangrijk op te merken dat het D-locus slechts één van verschillende genen is die verantwoordelijk zijn voor de variatie in vachtkleur bij honden, en dat de aanwezigheid van andere genen het verdunningseffect kan veranderen.
Relevante testen
- H847
- H461
- H897