Improper coat en Furnishings

Furnishings is de term voor de langere haren op het gezicht die kenmerkend zijn voor veel ruwharige hondenrassen. De aanwezigheid van furnishings wordt veroorzaakt door een dominante variant in het R-spondin 2 (RSPO2)-gen. RSPO2 speelt waarschijnlijk ook een rol bij de algemene vachtlengte.

Bij sommige rassen, zoals de Labradoodle, Goldendoodle en Portugese Waterhond, zijn furnishings onderdeel van de rasstandaard en worden ze als normaal beschouwd. Het ontbreken van furnishings wordt bij deze rassen aangeduid als improper coat (IC). Een improper coat is recessief. Met een DNA-test kan daarom worden voorkomen dat honden met een improper coat worden gefokt.

Bij rassen waarbij furnishings voorkomen, groeien de haren meestal rond de snuit en boven de wenkbrauwen. Hierdoor krijgt de hond een karakteristieke baard- of snorachtige uitstraling. Bij een improper coat zijn de haren op het hoofd, gezicht en de onderbenen korter, in plaats van dat de hond over het hele lichaam een volle, gelijkmatige vacht heeft.

Overerving

Improper coat wordt beschouwd als het wildtype-allel (IC). Furnishings wordt veroorzaakt door de dominante variant (N). Omdat furnishings dominant is, is één kopie van het N-allel voldoende om het kenmerk tot uiting te laten komen. Een improper coat is recessief; een hond moet daarom twee kopieën van het IC-allel hebben om een improper coat te vertonen.

Genotype Vachttype* Beschrijving
IC/IC Improper coat De hond heeft geen furnishings-allel (N) en vertoont daarom het wildtype, de improper coat. De hond geeft het IC-allel door aan 100% van zijn nakomelingen.
IC/N Furnishings De hond heeft één kopie van het IC-allel. Omdat dit allel recessief is, heeft de hond furnishings. De hond geeft het IC-allel door aan 50% van zijn nakomelingen en het N-allel aan de andere 50%.
N/N Furnishings De hond heeft twee kopieën van het furnishings-allel (N) en geeft het N-allel door aan al zijn nakomelingen.

*Zie aanvullende informatie.

Aanvullende informatie

In deze situatie wordt het wildtype bij bepaalde rassen als afwijkend beschouwd, terwijl de variant als normaal wordt gezien. Dit kan verwarrend zijn bij het gebruik van termen als normale vacht en afwijkende vacht. Het is belangrijk om te weten dat improper coat het wildtype is en dat een hond met furnishings de dominante variant draagt, ook al wordt deze vacht bij rassen zoals de Labradoodle, Goldendoodle en Portugese Waterhond als normaal beschouwd.

De variant werd oorspronkelijk ontdekt bij Portugese Waterhonden, maar komt ook bij andere hondenrassen voor. Deze DNA-test is geschikt voor de meeste hondenrassen.

Relevante testen

  • H848
Ga naar de bovenkant