Degeneratieve myelopathie Exon 2 (SOD1A) bij honden
Degeneratieve myelopathie (DM) is een erfelijke aandoening die bij verschillende hondenrassen voorkomt. DM veroorzaakt degeneratie van het ruggenmerg, waardoor de kracht en coördinatie van de achterpoten afnemen. De mutatie die geassocieerd is met DM komt bij vrijwel alle hondenrassen voor, maar leidt bij veel rassen niet tot klinische symptomen. Een DNA-test voor degeneratieve myelopathie kan helpen het aantal aangedane dieren te verminderen, maar bij welke rassen is deze test daadwerkelijk relevant?
Wat is degeneratieve myelopathie?
Degeneratieve myelopathie is een erfelijke aandoening die schade aan de zenuwen in het ruggenmerg veroorzaakt. Hierdoor nemen het gevoel en de kracht in de achterpoten geleidelijk af en kunnen andere neurologische symptomen ontstaan.
Afhankelijk van het ras kan DM worden veroorzaakt door verschillende mutaties. Bij de meeste hondenrassen wordt degeneratieve myelopathie veroorzaakt door een mutatie in het SOD1-gen, specifiek in exon 2 (ook wel DM Exon 2 of SOD1A genoemd).
Bij de Berner Sennenhond kan naast deze mutatie ook een andere mutatie in het SOD1-gen, gelegen in exon 1 (DM Exon 1 of SOD1B), leiden tot DM.
De DM Exon 2-mutatie wordt autosomaal recessief met onvolledige penetrantie overgeërfd. Dit betekent dat naast de mutatie zelf ook andere factoren van invloed zijn op de ontwikkeling van DM.
Bij de Pembroke Welsh Corgi is een risicomodificerende factor geïdentificeerd in het SP110-gen. Voor veel andere rassen zijn deze aanvullende factoren nog onbekend.
In de praktijk wordt DM vastgesteld op basis van waarschijnlijkheid. Een definitieve diagnose kan alleen na overlijden worden gesteld door een stukje van het ruggenmerg te onderzoeken. Daarom moet een dierenarts eerst andere mogelijke oorzaken van de symptomen uitsluiten voordat DM wordt vastgesteld. Het resultaat van een DNA-test kan dit proces ondersteunen, maar een positieve testuitslag (aangedaan) is op zichzelf niet voldoende om de ziekte te bevestigen.
Symptomen
De symptomen van DM ontstaan meestal wanneer de hond vijf jaar of ouder is. Bij de meeste rassen is dit rond de leeftijd van negen jaar, hoewel kleinere rassen soms ouder zijn wanneer de eerste symptomen optreden.
Belangrijke symptomen zijn:
- Verminderde kracht in de achterpoten
- Ataxie (een wankele, dronkenachtige gang), met name in de achterpoten
- Incontinentie (urine en/of ontlasting)
- Geen pijn in de onderrug (in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij een hernia)
De schade aan het ruggenmerg begint in de onderrug en verplaatst zich geleidelijk omhoog richting de nek, wat uiteindelijk kan leiden tot volledige verlamming van het lichaam. De meeste honden worden echter geëuthanaseerd voordat de ziekte dit stadium bereikt.
Er bestaat geen behandeling voor degeneratieve myelopathie. Ondersteunende zorg kan wel de kwaliteit van leven van zowel de hond als de eigenaar verbeteren. Denk aan het behouden van spiermassa en praktische verzorgingstips. Een dierenarts of gediplomeerd dierenfysiotherapeut kan hierbij begeleiden.
Genetische testen
DM kan niet worden genezen, maar in veel gevallen kan het risico op de aandoening worden beperkt door verantwoorde fokkerij. Door DNA-testen te gebruiken bij het combineren van reuen en teven, kan worden voorkomen dat pups worden gefokt met een verhoogd risico op het ontwikkelen van degeneratieve myelopathie.
Het is belangrijk om te weten dat de DM-mutatie bij veel hondenrassen voorkomt, maar dat slechts een beperkt aantal van deze rassen daadwerkelijk klinische symptomen van DM ontwikkelt. Daarom is het belangrijk om alleen conclusies te verbinden aan een DM Exon 2-testresultaat bij rassen waarvan is aangetoond dat DM voorkomt.
Het testen op en selecteren tegen DM Exon 2 bij rassen waarvan geen gevallen van de aandoening bekend zijn, is doorgaans niet zinvol en wordt daarom afgeraden.
Wat betekent autosomaal recessief met onvolledige penetrantie?
Sommige aandoeningen worden veroorzaakt door een gen dat door een mutatie niet goed functioneert. Deze aandoeningen zijn erfelijk. Bij een recessieve mutatie moet een hond twee kopieën van het gemuteerde gen erven (één van de vader en één van de moeder) om de aandoening te kunnen ontwikkelen.
Als een hond slechts één kopie heeft, wordt deze beschouwd als drager. Dragers vertonen geen symptomen van de aandoening, maar kunnen de gemuteerde variant wel doorgeven aan hun nakomelingen.
Bij autosomaal recessieve overerving met onvolledige penetrantie is het echter ook bij honden die twee kopieën van de gemuteerde variant hebben (aangedane dieren) niet zeker dat zij de ziekte zullen ontwikkelen.
Dit betekent dat een hond genetisch gezien aangedaan kan zijn, terwijl de ziekte zich nooit daadwerkelijk manifesteert.
Risicomodificator voor degeneratieve myelopathie
Bij de Pembroke Welsh Corgi (PWC) zijn risicomodificatoren gevonden in het SP110 nuclear body protein. Wanneer deze aanwezig zijn naast een homozygote SOD1-mutatie (DM Exon 2), kunnen de modificatoren het risico op het ontwikkelen van DM verhogen. Ook kunnen klinische symptomen op jongere leeftijd optreden.
Als de SOD1A-mutatie niet aanwezig is, heeft de aanwezigheid van SP110-mutaties voor zover bekend geen voor- of nadelen voor de hond.
CombiBreed test op alle vijf bekende risicomodificatoren. De resultaten van deze testen worden afzonderlijk gerapporteerd.
Relevante testen
- H673
- H806
- H308
- H158
- H159
- H160
- H161
- H162
- H163
-
- Airedale Terrier, American Eskimo Dog, American Water Spaniel, Australian Shepherd, Bernese Mountain Dog, Bloodhound, Border Collie, Borzoi, Boston Terrier, Boxer, Boykin Spaniel, Canaan Dog, Cardigan Welsh Corgi, Cavalier King Charles Spaniel, Chesapeake Bay Retriever, Czechoslovakian Vlcak, English Springer Spaniel, French Bulldog, Schnauzer (Giant), Glen of Imaal Terrier, Golden Retriever, Great Pyrenees, Hovawart, Irish Setter, Kerry Blue Terrier, Komondor, Kuvasz, Labrador Retriever, Schnauzer (Miniature), Nova Scotia Duck Tolling Retriever, Pembroke Welsh Corgi, Poodle (Standard), Pug, Rhodesian Ridgeback, Romanian Mioritic Shepherd Dog, Rottweiler, Saint Bernard, Scottish Deerhound, Shetland Sheepdog, Siberian Husky, Soft Coated Wheaten Terrier, Tibetan Terrier, Wire Fox Terrier, Rough Collie, Jack Russell Terrier, Smooth Collie, German Shepherd, American Pit Bull Terrier, White Swiss Shepherd, Bernedoodle, Tamaskan, Huntaway, New Zealand Heading Dog
- SOD1
- Zenuwstelsel
-
- Airedale Terrier, American Eskimo Dog, American Water Spaniel, Australian Shepherd, Bernese Mountain Dog, Bloodhound, Borzoi, Boston Terrier, Boxer, Boykin Spaniel, Cardigan Welsh Corgi, Cavalier King Charles Spaniel, Chesapeake Bay Retriever, English Springer Spaniel, French Bulldog, Schnauzer (Giant), Glen of Imaal Terrier, Golden Retriever, Kerry Blue Terrier, Komondor, Labrador Retriever, Schnauzer (Miniature), Nova Scotia Duck Tolling Retriever, Pembroke Welsh Corgi, Poodle (Standard), Pug, Rhodesian Ridgeback, Scottish Deerhound, Shetland Sheepdog, Siberian Husky, Soft Coated Wheaten Terrier, Wire Fox Terrier, Jack Russell Terrier, German Shepherd
- SOD1
- Zenuwstelsel